Booklovers in 2019

 

Brigitte de Pree ‘De avond is ongemak‘door  Marieke Lucas Rijneveld 

De avond is ongemak’ van Marieke Lucas Rijneveld is het schrijnende verhaal van een gereformeerd boerengezin dat wordt getroffen door de dood van een kind. Door de ogen van Jas, die zich ophoudt in het niemandsland tussen kindertijd en volwassenheid, zien we hoe de familieleden elk op hun eigen manier omgaan met het verlies. Vader en moeder zijn volledig verlamd door verdriet en zien niet hoe Jas en haar zusje Hanna en haar broer Obbe ondertussen langzaam ontsporen. Het is een verbluffend romandebuut dat is doortrokken van seksualiteit, geloof en de smerigheid van het bestaan. Het boek kreeg binnen de groep een extra dimensie door persoonlijke ervaringen met de dood van een kind in het gezin. Het boek riep veel emoties op van schrijnend, ongeloofwaardig gruwelijk, het ontbreken van hulp en de ontkenning en het negeren van de omgeving van het probleem in het gezin.  

Foto Els Verheugt 
 

Nellie Verbugt ‘Het huis van de Moskee’ van Kader Abdolah 

Het huis van de moskee vertelt het meeslepende verhaal van Aga Djan. Wanneer de religieuze leiders van Iran radicaler worden, moet hij als belangrijk man de spanningen in de samenleving proberen te bezweren. Inmiddels werd Het huis van de moskee is een Nederlandse roman  2005 De roman vertelt over een cruciale periode in de Iraanse geschiedenis, waarin sjah  Mohammed Reza Pahlavi verdreven wordt en Khomeini de macht grijpt. Volgens Abdolah maakt de roman veel duidelijk over de ontwikkeling van de radicale islam zoals die zich nu in veel landen manifesteert. Het huis van de moskee werd  gekozen tot tweede beste Nederlandse roman aller tijden.
Het is inderdaad een indrukkende roman en leert de lezer veel over het leven in Iran  en de invloed van het leven door de islam . Door het lezen van het boek kregen we oom meer kennis van de geschiedenis van Iran 

Foto Steef Stevens 

Bernadette van Hellenberg Hubar, Wij Europeanen  van Wim de Wagt 

Op 18 augustus hebben wij  het boek ; Wij Europeanen van besproken.

Wij Europeanen vertelt het indringende, maar vergeten verhaal uit de sleuteljaren van de twintigste eeuw waarin de geschiedenis een andere loop had kunnen nemen.

Het is september 1929. In Genève komen de regeringsleiders van alle 27 Europese landen bij elkaar om te spreken over een Europese federatie. Alleen door verzoening en samenwerking kan Europa er economisch weer bovenop komen en kan een nieuwe vernietigende oorlog worden voorkomen. In die geest ondernemen ook talloze burgers, economen, zakenmensen, kunstenaars en intellectuelen in heel Europa gezamenlijke acties. Een verenigd Europa is heel dichtbij. Desondanks komt er niets van al die mooie plannen terecht. Europa raakt meer en meer verdeeld en gaat ten slotte ten onder in de Tweede Wereldoorlog. Waarom mislukte de samenwerking? Wat als die wel was gelukt, wat had dat betekend voor het lot van zo vele mensen?

Het was een boek wat veel stof tot discussie gaf .

Bernadette heeft e -mail contact met de schrijver gehad met een aantal vragen oa waarom hij voor deze structuur en opbouw van het boek heeft gekomen.

Zie onderstaand 

Beste Bernadette,
 
Bedankt voor dit leesverslag, erg boeiend. Fantastisch dat een groepje betrokken, ervaren lezers zich zo heeft beziggehouden met Wij Europeanen! En dankzij jou!
 
Of Stresemann er werkelijk in geslaagd was Hitler buiten de deur te houden, ware Stresemann nog een paar jaartjes blijven leven… Als ik afga op de bekende feiten over de situatie toen in Duitsland en er nu nuchter, zonder mijn literaire verbeelding aan te spreken ernaar kijk, denk ik dat dit hem alleen gelukt zou zijn als hij een groep mensen en partijen om zich heen verzameld had, die de druk van de nazi’s hadden weten te weerstaan. Stresemann had het inzicht en het gezag om tenminste daarin te slagen, dus, wie weet, hij had een kans gemaakt, met de steun van anderen. Ik weet bijna zeker dat hij niet, zoals veel andere politici, Hitler en zijn bende onderschatte en voor zijn eigen karretje had willen spannen. Daarop wijzen zijn uitspraken.
Maar dan nog. Stel dat hij de crisis had weten te beteugelen, vanuit zijn positie als rijkspresident, en verder was gegaan op het pad van internationale verzoening en Duitsland had weten te vernieuwen – maar met de theorieën van het nationaalsocialisme was het dan niet gedaan geweest! De generaties na hem hadden dan niet geweten wat wij nu weten over de verschrikkelijke consequenties. Misschien had het nationaalsocialisme wel een wedergeboorte ondergaan in een nieuwe tijd van crisis, en nog veel erger huisgehouden (bijna niet voorstelbaar, maar gebruikmakend van nieuwe wapensystemen?). Je durft er niet aan te denken. Godzijdank heeft de mensheid toch wel iets geleerd van geïnstitutionaliseerd racisme en de daaruit volgende volkerenmoord. Daaraan danken we bijvoorbeeld het handvest over mensenrechten van de VN. En dan hebben we het nog niet over de immense materiële en culturele verwoestingen…
 
Dan wat de structuur betreft. Weet je, als ik eerlijk ben, moet ik bekennen dat ik het boek nu, misschien, eventueel, iets anders zou opzetten. Ik zou dan een intermezzo kunnen inlassen, als overgang tussen het feitenrelaas en het begin van de what if geschiedenis. Daarin zou ik terugkomen op het opnieuw laten uitgroeien van de kiemen van de geschiedenis, waar ik het in de proloog over heb. Ik zou aangeven dat nu het moment was aangebroken om te laten zien wat er ook had kunnen gebeuren, als Stresemann was blijven leven… Ergens rond pagina 115, wanneer Stresemann hersteld blijkt van zijn beroerte, waar hij in werkelijkheid aan overleed in oktober 1929!
Maar, ik zeg misschien. Want ik heb er destijds bewust voor gekozen om de overgang van feiten naar verbeelding geleidelijk, vloeiend, verfijnd en subtiel te laten verlopen, om de lezer stapje voor stapje op het verkeerde been te zetten en in verwarring te brengen – om hem in de epiloog weer met beide benen op de grond te zetten. Dit was in die zin een experiment, dat op sommige lezers een goede uitwerking had, omdat zij het begrepen en het bij hen een grote impact had (Olaf Tempelman!). Anderen snapten het niet (meteen), en dachten dat ik fouten maakte (‘Stresemann is dood op pagina zoveel, en even later leeft hij nog!’, schreef iemand me) of konden sowieso geen onderscheid maken tussen wat echt en fantasie was, omdat ze de echte geschiedeis helemaal niet kenden.
Ja, het is wat jij zegt: eigenlijk moet je het verhaal meerdere keren lezen, om het helemaal te kunnen doorgronden, zowel de inhoud als de vorm. Maar ja, hoeveel lezers doen dit?
Trouwens, excuseer me: ‘rommelig’, vind ik het zelf in het geheel niet! Eigenlijk is het zeer strak en helder en consistent geschreven. Maar dat zie je pas als je het doorgrond (dat zeg ik zonder arrogant over te willen komen, hoor…). De mix van feiten en fictie is zoals met een hybride auto, denk ik (heb er zelf geen eentje): schakelt moeiteloos over van benzine op elektrisch, zonde dat je dat als rijder door hebt. Maar sommige verstokte bezinesnuivers vinden dat maar niks!
 
Eindeloos zou ik over dit thema kunnen schrijven en praten.
 
Nogmaals dank voor je betrokkenheid, Bernadette!
 
Hartelijks, Wim 

Els Verheugt, Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans

Op 4 april hebben we met de Booklovers onder leiding van Els Verheugt het boek Oorlog en terpentijn besproken, geschreven door Stefan Hertmans.

Booklovers | Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans (2013). Collage bvhh.nu 2019.

Booklovers | Oorlog en terpentijn van Stefan Hertmans (2013). Links de omslag van het boek; rechtsboven de auteur met een foto van zijn grootvader, Urbain Martien, als soldaat; rechtsonder Velázquez’ Rokeby Venus, gekopieerd door Urbain Martien die in de spiegel het portret opnam van zijn jonggestorven geliefde. 

Stefan Hertmans (Gent, 1951) was al meer dan dertig jaar bezig als schrijver voordat het grote publiek hem in 2013 ontdekte met de bestseller Oorlog en terpentijn. Toen had hij echter al heel wat dichtbundels, romans, verhalenbundels, toneelteksten en essays gepubliceerd; voor verschillende uitgaven werd hij zowel in binnen- als buitenland onderscheiden. Voor het boek Oorlog en terpentijn kreeg hij op 13 november 2014 de AKO Literatuurprijs.

Het motief van het boek is het gebroken zakhorloge van zijn opa. Opa Urbain Martien schonk hem een horloge dat hij prompt in stukken liet vallen. Toen Stefan later ook de dagboeken van opa kreeg, beloofde hij zichzelf dat hij diens geschiedenis te boek zou stellen ter genoegdoening van zijn onhandige omgang met het horloge. Hij wilde de memoires pas schrijven wanneer hij er tijd voor kreeg, nadat hij gestopt was met lesgeven. De 100-jarige herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 2014 dwong hem er eerder aan te beginnen. Bang dat er daarna geen interesse meer zou zijn, door een verzadiging. Dat was 30 jaar na het ontvangen van de schriften. Aldus ontstond een roman vanuit de twee schriften die Urbain Martien op latere leeftijd – hij was al 72 – gevuld had met teksten over zijn oorlogsverrichtingen. De jaren van uitstel leverde Hertmans een schuldgevoel op. Het gevoel kostbare jaren te verspelen.

De titel Oorlog en terpentijn verwijst naar de paradox van het leven van zijn opa: heen en weer geslingerd tussen de militair, die hij noodgedwongen was geweest en de kunstenaar die hij had willen zijn.

Het boek bestaat uit 3 delen

Deel I vertelt de voorgeschiedenis van de familie Martien. Overgrootvader Franciscus is een arme kerkenschilder die trouwde in de late negentiende eeuw met de bemiddelde en ontwikkelde Céline Andries. Urbain groeide op rond de eeuwwisseling van 1900 en moest op zeer jonge leeftijd (13) de kost helpen verdienen in een ijzergieterij. Soms hielp hij zijn vader bij de restauratie van beelden en fresco’s in kerkelijke ruimten. Het was afzien maar toch wist hij door avondstudie, oefenen en uitproberen een tekenvaardigheid te ontwikkelen. Als dat leven Urbain te zwaar wordt volgt een gesprek met de parochie priester. Die adviseerde hem twee beroepen, soldaat of priester. Het werd soldaat en hij gaat daarom vier jaar in opleiding waarin hij gehard wordt en verdienstelijk leert schermen. In 1912 keerde hij naar huis terug en nam weer tekenles. Maar een vredige toekomst zat er voor hem niet in.

In deel II volgen we Urbains belevenissen tijdens de Eerste Wereldoorlog. Op 5 augustus 1914 wordt hij opgeroepen. België raakt in oorlog met Duitsland. In dit deel is Urbain de ik-verteller en wat volgt is een verslag van dramatische oorlogservaringen. Urbain wordt enkele keren neergeschoten zodat hij, amper nog in leven, naar het onbezette Liverpool moet om te herstellen. Daar vindt hij de kerk waar zijn vader Franciscus ooit een jaar lang aan muurschilderingen heeft gewerkt. In de geschilderde figuren ontdekt hij trekken van zijn familie. Weer terug aan het front meldt hij zich voor onmogelijk gevaarlijke missies en gaat zijn manschappen – als sergeant-majoor – voor in de kogelregens. Hij blijft toch leven als door een wonder gespaard, waar vele anderen het leven lieten. Dit deel beschrijft op een indrukwekkende wijze de gruwelen van Eerste Wereldoorlog.

Dan volgt deel III. In 1918 ontmoette hij een buurmeisje Maria Emilia Ghys en zij maakten direct trouwplannen. Helaas werd Maria Emilia in 1919 slachtoffer van de wereldwijd uitgebroken Spaanse griep en ze sterft. Urbain wordt daarna door zijn aanstaande schoonvader aangemoedigd nu haar timide en teruggetrokken zus Gabrielle te trouwen, wat hij uiteindelijk ook doet. Echt gelukkig wordt Urbain niet. Er volgden veertig jaren van emotieloos huwelijksleven want omhelzingen werden afgewimpeld. Urbain en Gabrielle kregen in 1922 toch een dochter (de moeder van de auteur) die ook Maria Emilia werd genoemd. Urbains eerste liefde Maria Emilia bleef evenwel zijn kunst en leven op de achtergrond beïnvloeden. In 1931 stierf zijn geliefde moeder Céline.

Urbain ging in de ateliers van de Belgische spoorwegen werken. In 1936 werd hij afgekeurd. Uit de pensioenregeling doemt het beeld op dat Franstalige Belgen bevoordeeld werden boven de Vlaamstalige landgenoten. Uit protest noemt hij zich nu Urbaan. Intussen had hij zich toegelegd op het naschilderen van kunstwerken van schilders als Anthony van Dyck, Martini en El Greco. Zijn verf maakte hij altijd zelf en soms probeerde hij portretten te schilderen van Gabrielle en zichzelf. Diep verborgen voor de blikken van Gabrielle vond men na zijn dood in 1980 een portret van zijn geliefde Maria Emilia, nageschilderd vanaf een foto.

Negentig jaar oud geeft Urbain het op en meldt zich bij Petrus met Je m’apelle Martien, pas Marsjèn, a vos ordres. En hij salueert.

Kopiist — Urbain kopieerde vooral meesterwerken. Bernadette heeft ons uitgelegd, dat we dit in een kunsthistorisch perspectief moeten zien.

‘Kopiëren is een fascinerend fenomeen dat in de westerse kunstgeschiedschrijving erg onderschat wordt, als het niet om middeleeuwse of Oost-Europese schilderingen gaat. Dat heeft te maken met de exclusieve positie van originaliteit als het enige wezenskenmerk van kunstenaarschap.

Eenmaal overschrijdt Urbain de grenzen van zijn ambities als kopiist en dat is bij de Venus Rokeby. In het mooiste werk dat hij kent neemt hij het gezicht op van zijn grootste liefde en betreedt hij in omgekeerde richting het spoor van Pygmalion. Hij probeert haar tot leven te wekken in het schilderij, maar dat lukt niet. Mogelijk voelde hij zich meer als Orfeus, dan als Pygmalion’.

Het was weer een leerzame middag: geheel in het teken van de Eerste Wereldoorlog en geïnspireerd door het prachtige boek Oorlog en terpentijn. En in de zijlijn kwam er nog van alles ter discussie: gedwongen/gearrangeerde huwelijken, emancipatie, deeltijd werken, geschiedenis van België, visie op de schilderkunst. 

Ieder met zijn eigen kennis en belangstelling. Dat maakt onze groep zo waardevol en inspirerend.

Naschrift

Tijdens de bespreking ging het onder meer over de kleurenblindheid van de grootvader van de auteur, Urbain Martien. Brigitte is nagegaan hoe het zit met deze aandoening op latere leeftijd. Je leest haar uitleg onder deze link.

Credits — Tekst verslag Els Verheugt, bijlage Brigitte de Pree, webredactie en collage Bernadette van Hellenberg Hubar, foto Booklovers Nico de Pree.

Verkorte link van dit item: bit.ly/2C8MljV-Booklovers

← Terug naar de hoofdpagina


Bernadette van Hellenberg Hubar, Selma van Carolijn Visser

Het eerste boek dat we met Booklovers in 2019 hebben besproken was de roman Selma. Aan Hitler ontsnapt. Gevangene van Mao van Carolijn Visser, winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2017. Bernadette had het werk voor de bespreking voorbereid. 

Selma | De kinderen Greta (rechts) en (Dop) Tseng Y Tsao (links) met Carolijn Visser (rechtsmidden). Screenshot bvhh.nu Facebook 31 oktober 2018.

Selma | De kinderen Greta (rechts) en (Dop) Tseng Y Tsao (links) met Carolijn Visser (rechts midden). Screenshot bvhh.nu Facebook 31 oktober 2018.

De Libris Geschiedenis Prijs bekroont, aldus NRC, historische boeken die een algemeen publiek aanspreken. De criteria zijn dat het boek een oorspronkelijk onderwerp heeft, prettig leesbaar is geschreven en op gedegen historisch onderzoek stoelt. In het geval van Selma beschreef de jury het boek als een werk dat ‘meeslepend is geschreven en zodoende een breed publiek aanspreekt […] Dankzij Carolijn Visser komt de beangstigende geschiedenis van de Culturele Revolutie op onze eigen stoep te staan.’

Wie ook andere recensies heeft gelezen, valt op dat dat de grote gemene deler is van de waardering van het boek. Ook bij Booklovers waren we allemaal gegrepen door Selma. Toch bleek al snel bij de bespreking dat hoe indrukwekkend ook, eigenlijk niemand het een goed geschreven boek vond. Rommelig, hier en daar van de hak op de tak en vaak onderwerpen er met de haren bijslepen, die op zich wel relevant waren voor het thema, maar op onverwachte plaatsen hun entree maakten. Daartoe behoorden ondermeer de achtergronden van de culturele revolutie en de opstelling van de communistische partij in Nederland. Eer je er achter bent wat Selma en haar vader is overkomen tijdens de Tweede Wereldoorlog ben je drie verspreide hoofdstukken met losse, haast kwansuis geschreven passages gepasseerd. Dat wreekt zich minder zodra de auteur de chronologie aan haar kant heeft, zoals met het meer dan schandelijke optreden – of liever het gebrek daaraan – van Buitenlandse Zaken. Er zitten dus ook hele bijzondere hoofdstukken bij, waarin het wel lijkt of Carolijn Visser een soort ooggetuigenverslag geeft.

En daarmee kwamen we tot de crux van het onbehagen: de auteur heeft een specialisme in het schrijven van reisverhalen. Met Grijs China heeft ze daarvoor de toon gezet, maar ook een min of meer vergelijkbaar boek als Vrouwen in den vreemde (2015) laat zien waar haar kracht zit: reisimpressies en interviews waarbij ze zichzelf als auteur haast wegcijfert om de figuur in kwestie zo goed mogelijk tot zijn of haar recht te laten komen. Dat doet ze in een karige stijl zonder franje, zonder boeiende constructies, beeldspraak of zinswendingen, die zich daar heel goed voor leent. Maar een biografie vraagt toch een andere aanpak. 

Bij Booklovers kunnen we dit goed vergelijken, doordat we inmiddels al heel wat biografieën achter de rug hebben, onder meer van Jolande Withuis (Juliana) en Annejet van der Zijl (Bernhard) (zie het overzicht van 2017 en 2018). Kortom, noch op het gebied van de structuur, noch de stijl en – eerlijk is eerlijk – noch qua onderzoek ligt hier iets dat de vergelijking kan doorstaan met grote biografieën die de laatste jaren zijn verschenen. En dat maakt het weer zo bijzonder: dat een niet zo geweldig geschreven boek toch goed kan zijn; dat Carolijn Visser een werk neerzet dat – misschien wel geholpen door de handicaps – het indringende verhaal wat houterig, maar toch echt over het voetlicht brengt. In die zin doet het recht aan wat ze zelf over haar metier vertelt:

„Ik ben niet op zoek naar mezelf of naar losse ervaringen. Ik wil het heden persoonlijk maken. Wat ik zie, hoor, meemaak, moet ik eerst ordenen en onder woorden brengen. Een groot deel van mijn tijd wordt in beslag genomen door lezen, nadenken, verbanden leggen. Stukje bij beetje probeer ik zo de werkelijkheid te vatten, wat iets anders is dan de waarheid. Ik geef vorm aan de geschiedenis. Ik hoor mijn vader nog zeggen als ik eens iets probeerde te vertellen aan tafel: ‘Als je geen goed verhaal kunt houden, moet je anderen er niet mee lastig vallen. Wat je zegt, moet een kop en een staart hebben. Dus om te beginnen, zou ik zeggen…’ Dat is dus wat ik doe. Een goed verhaal vertellen.”

Meer weten over Carolijn Visser? Lees dan dit uitgebreide interview met haar in NRC Rinskje Koelewijn, 7 januari 2017 – Leestijd 8 minuten. 

Credits — Tekst en screenshot Bernadette van Hellenberg Hubar, foto Jan (2019)

Verkorte link van dit item: bit.ly/2C8MljV-Booklovers

← Terug naar de hoofdpagina

De Booklovers bespreken Selma bij Els Verheugt (februari 2019).